Hoe behandelen wij?

Na de diagnose van de verwijzende arts voert de podotherapeut een uitgebreid onderzoek uit. Hiermee probeert de podotherapeut de oorzaak van de klachten te achterhalen. Dit onderzoek bestaat, afhankelijk van de klacht, uit:

1 ) Anamnese: Een vraaggesprek waarin de klacht(en) en daarmee samenhangende gegevens besproken worden.

2 ) Inspectie: Het bekijken van de voet-, knie-, heup-, en rugstand wordt bekeken

3 ) Podoscopie: Het bekijken van de druk onder de voeten met behulp van een spiegelplaat

4 ) Palpatie: Het voelen van de voetstructeren (spieren, botten, pezen en ligamenten) en met name de pijnpunten proberen op te wekken om zo tot een diagnose te kunnen komen.

5 ) Functieonderzoek: Het testen van de beweeglijkheid van de voeten/knieën en/of heupen

6 ) Ganganalyse: Het analyseren van het looppatroon van de patient. (afwikkeling van de voet tijdens het lopen bestuderen)

7 ) Blauwafdrukken maken: Het maken van voetafdrukken waarop de podotherapeut verschillende kenmerken van de voeten kan herkennen, de stand van de voet te zien is, de lengte van de voet bepaald kan worden en waarop een eventuele therapie ingetekend kan worden.

8 Voetscan maken: Met behulp van een drukmeetsysteem analyseren we uw looppatroon. Deze voet scan maken we statisch (stil staand) en dynamisch (in beweging).

9) Meten: Het opmeten van de voeten.

10) Schoeninspectie: Hierbij worden de werk, sport, en dagelijkse schoenen bekeken, beoordeeld en opgemeten.

11) Uitleg/advies: Als de podotherapeut voldoende informatie heeft wordt de eventuele therapie besproken en voorgelegd aan de patiën2.

12) Evt. uitvoering:’Na goedkeuring van de patiënt worden de benodigde hulpmiddelen vervaardigd.