Tips en adviezen

Adviezen bij het dragen van een orthese (teenstukje)

Gebruik van een orthese

  • In het begin zal de orthese niet altijd erg comfortabel zitten, geef uw voeten de tijd om even te wennen. Bouw het gebruik van de orthese geleidelijk op, begin bijvoorbeeld met een half uur per dag.
    Normaal gesproken moet u na 1 á 2 weken gewend zijn.
  • De orthese mag geen pijn doen of blaartjes veroorzaken. U kunt dit binnen 1 week constateren. Probeer de orthese eventueel eens in andere schoenen. Blijven er problemen, neem dan contact op met uw podotherapeut.
  • ‘s Nachts hoeft u de orthese niet te dragen.
  • De orthese blijft het beste zitten met sokken en dichte schoenen, mits daar voldoende ruimte voor is. Houd bij het kopen van nieuwe schoenen dus ook rekening met de orthese.
  • Probeer, indien mogelijk, de orthese altijd met twee handen aan te brengen en te verwijderen (nooit trekken).

Onderhoud

  • U kunt de orthese wekelijks afwassen met handzeep, daarna wel goed laten drogen.
  • Bewaar de orthese in een bakje met talkpoeder (‘s nachts)
  • Kleine beschadigingen aan de orthese kunnen door uw podotherapeut vaak nog (kosteloos) gerepareerd worden, zorg er dan wel voor dat u alle gedeeltes van de orthese nog heeft. U kunt deze afgeven bij uw podotherapeut.

TIP: Neem bij het kopen van nieuwe schoenen, de orthese mee.

Adviezen bij het dragen van podotherapeutische zolen

Gebruik van zolen

  • In principe mag u de hele dag op de zolen lopen, bij het ontstaan van druk of spierpijn is het echter verstandig om het gebruik langzaam op te bouwen. Begin dus met enkele uren per dag. Normaal gesproken bent u naar 1 of 2 weken gewend aan de zolen. Neem bij problemen contact op met uw podotherapeut.
  • Zorg ervoor dat de bodem in uw schoenen zo vlak mogelijk is, vóór u de zooltjes draagt. Verwijder alle onregelmatigheden of comfortzooltjes die al in de schoenen zitten.
  • Gaan uw schoenen “kraken” bij het gebruik van de zooltjes, strooi dan een laagje talkpoeder onder de zolen.

Onderhoud

  • Haal de zolen iedere avond uit de schoenen. Klop uw schoenen af en toe uit, om zand en stof te verwijderen.
  • Als de zolen nat worden door transpiratie of regen, leg ze dan om te drogen, niet bij de verwarming of kachel, hierdoor kunnen ze opkrullen.
  • Leren zolen kunt u het beste onderhouden door ze 1 keer per maand aan de bovenzijde in te vetten met kleurloos schoen- of ledervet.
  • Zolen afgedekt met ‘Sensation’ zijn onderhoudsvrij, overige zolen met een kunststof bovenlaagje kunnen indien nodig afgeveegd worden met een vochtige doek, daarna goed laten drogen.
  • Als de bovenlaag begint te slijten, dan kunt u de zolen bij uw podotherapeut weer van nieuwe bovenlaag laten voorzien. Dit is minder kostbaar dan een geheel nieuw paar zolen.
  • Wanneer er bepaalde plekjes zijn die niet prettig zitten of naar verloop van tijd niet meer voldoende ondersteunen, kunnen de zolen meestal vrij snel aangepast worden. Neem hiervoor contact op met uw podotherapeut. Een jaarlijkse controle is raadzaam.

TIP: Neem bij het kopen van nieuwe schoenen, de zolen mee.

Algemene voetverzorgingstips

  • Was uw voeten regelmatig met een milde (alkalivrije) zeep. Een dergelijke zeep “zonder zeep” zorgt ervoor dat de natuurlijke beschermlaag van de huid niet wordt aangetast.
  • Spoel na het wassen alle zeepresten goed weg en droog uw voeten af. In het bijzonder tussen de tenen.
  • Wrijf de voeten regelmatig met babyolie of een huidvriendelijke crème in ter voorkoming van een uitdrogende huid, kloofjes of andere beschadigingen van de huid.
  • Knip de teennagels altijd recht af, dit voorkomt het ingroeien van de nagels.
  • Als uw nagels bij het knippen snel splijten of afbrokkelen, knip dan met kleine knipjes of gebruik een vijl.
  •  Knip, peuter of snijd nooit zelf aan eelt of likdoorns, de kans op verwonding is groot door gebruik van verkeerd gereedschap. Wel kunt u overmatig eelt verwijderen met een puimsteentje of voetvijl.
  • Neem nooit langer dan 5 minuten een voetenbad, anders wordt de huid te week en extra kwetsbaar voor wondjes of infecties. Gebruik bij een voetenbad geen soda of biotex, maar gewoon keukenzout. Spoel altijd na met schoon water.
  • Wanneer u wondjes op de voet heeft, mag u geen voetenbad nemen. De genezing wordt namelijk belemmerd door het week worden van de huid rondom de wond.

Schoenentips

  • Koop schoenen altijd in de namiddag, omdat uw voeten in de loop van de dag dikker kunnen worden.
  • Pas altijd beide schoenen in de winkel. Het is normaal dat de éne voet langer kan zijn dan de andere. Koop schoenen altijd op de langste voet.
  • Pas de schoen altijd staande. Als de voet staat, is hij wat langer dan bij zitten door het gewicht wat erop komt.
  • Loop een tijdje op de schoenen in de winkel rond. Neem de tijd voor het kopen van uw schoenen. Bij twijfel niet kopen. Bij lopen wordt de voet zelfs weer iets langer dan bij staan.
  • Doe de schoen bij het passen (en het dragen) op de juiste manier dicht. Bij een veterschoen veters goed aantrekken en strikken.
  • De schoen loopt niet uit. Met andere woorden een schoen wordt niet groter. Als een schoen te klein is, zal dat dus zo blijven. Wel wordt het bovenleer tijdens het gebruik soepeler, waardoor het zich aanpast aan het model van uw voeten.
  • Zorg voor een juiste lengte- en breedtemaat. Maat 40 van het ene merk is beslist geen maat 40 van een ander merk. Dus, let niet alleen op de schoenmaat maar vooral op de pasvorm.
  • Een goed contrefort, dat wil zeggen een goede stevige hielomsluiting, is belangrijk. Hoe steviger het contrefort, des te minder kans op zwikken van de enkels. De hielomsluiting moet niet met de duim in te duwen zijn.
  • De tenen moeten in een schoen vrij kunnen bewegen. Let op voldoende ruimte bij de tenen in de breedte maar ook in de hoogte. Tenen en nagels komen snel in de knel waardoor er pijnklachten kunnen ontstaan.
  • De hakhoogte moet zodanig zijn dat de kuit ontspannen is. Meestal is deze dan ookmaximaal 3 cm hoog. Hoe breder de hak van de schoen, hoe stabieler u op de schoen staat.
  • De zool van een schoen moet zo soepel zijn zodat een goede afwikkeling mogelijk is. Als je de schoen in je hand hebt moet je de zool kunnen buigen bij de voorvoet.
  • Buigzame onderzool, bij voorkeur rubber, dit geeft meer schokdemping en meer grip.
  • Zorg voor een goede sluiting op de wreef die niet knelt of irriteert, liefst een vetersluiting.
  • Neem liever geen op de wreef laag uitgesneden schoen. De schoen heeft weinig houvast om de voet waardoor de voet gaat slippen bij de hak. Om dit te voorkomen neem je dan snel een kleinere maat waardoor de tenen in de knel komen.
  • Let op dat er geen stiksels of naden en versieringen, op en in de schoen, lopen over pijnlijke plekken op uw voet. Stiksels, naden en versieringen geven niet mee en worden dus ook niet soepeler. Voel ook altijd met de hand ín de schoen, om te voelen of de schoenen daar voldoende glad zijn afgewerkt, en geen stiksels op eventuele drukplekken hebben.
  • Koop bij voorkeur een lederen schoen. Leer zorgt voor een goede ventilatie, laat zich gemakkelijk vormen en zijn duurzaam.
  • Wanneer u moeilijk bij de schoenen kunt, of een verstoorde handfunctie heeft (bijvoorbeeld bij reuma) zijn er elastische veters welke u op de juiste lengte en spanning kunt afstellen zodat u daarna een soort instapschoen heeft.
  • Let op of u bij het gebruik van podotherapeutische zolen, verdikkingen of inlays uit uw schoenen kunt halen, zodat de zolen vlak in uw schoenen liggen. Ook scheelt dit aan ruimte wanneer u er de podotherapeutische zool inlegt.
  • Er zijn ook sandalen die geschikt zijn voor het dragen van podotherapeutische zolen. De bestaande inlay kan en moet eruit.

U kunt ook gerust eens binnen stappen bij de schoenspecialist bij uitstek. Namelijk

“Schoenenspeciaalzaak Pieds sur terre” de wereld waar schoenmode en pasvorm samenkomen.

Gelegen aan de Willemstraat 48 te Heerlen.

(podotherapie Niveau is hier aanwezig op de woensdagen en zaterdag) Nieuwsgierig?

Kijk gerust eens op hun website.

Voetverzorgingstips voor diabetici

  • Was uw voeten dagelijks met lauw water. Droog ze voorzichtig af met een zachte handdoek (of bij onvoldoende ruimte een theedoek) en in het bijzonder tussen en onder de tenen. Wanneer de huid te droog is, gebruik dan een goede voetcrème, maar smeer dit niet tussen de tenen.
  • Inspecteer iedere dag uw voeten om “vreemde” plekjes op te sporen, bijvoorbeeld scheurtjes, wondjes, kloven, blaren, verkleuringen van de huid (blauw, roodheid) of veranderingen aan de teennagels. Gebruik eventueel een spiegel om onder de voet en tussen de tenen te kijken. Wanneer iemand zelf de voeten niet kan bekijken, door een slecht gezichtsvermogen vraag dit dan aan familie of vrienden. Het is belangrijk.
  • Inspecteer de binnenzijde van de schoen voordat u deze aantrekt door met de hand te voelen of er iets in zit (bijvoorbeeld steentjes).
  • Loop nooit op blote voeten, zelfs niet thuis. Loop dan liever op slippers of pantoffels.
  • Vermijd te strakke sokken en panty’s met naden, deze kunnen de huid beschadigen en de bloedcirculatie belemmeren.
  • Knip nagels recht af, nooit de hoeken wegknippen waardoor ingegroeide nagels kunnen ontstaan. Zijn de nagels pijnlijk of zijn ze te hard om zelf te kunnen knippen, bezoek dan een pedicure (met diabetes-aantekening) of vraag uw podotherapeut om advies.
  • Verwijder zelf nooit eelt, wratten en likdoorns/eksterogen. Gebruik ook geen likdoornpleisters die bij de drogist/apotheek verkocht worden. Deze kunnen de huid verbranden (door de werking van de chemische middelen) en beschadigen.
  • Neem nooit langer dan 5 minuten een voetenbad, anders wordt de huid te week en extra kwetsbaar voor wondjes en infecties. Gebruik bij een voetenbad geen soda of biotex, maar gewoon keukenzout. Spoel altijd na met schoon water. Bij wondjes geen voetenbad nemen.
  • Test altijd de watertemperatuur met uw elleboog of thermometer. Door aantasting van de zenuwen is het mogelijk dat u niet voelt of het water te heet is, waardoor de kans op verbranding ontstaat.
  • Loop niet op hete oppervlakken zoals een zandstrand of het cement/tegels rond bijvoorbeeld een zwembad.
  • Regelmatige screenings zijn belangrijk. De podotherapeut, maar ook de doktersassistente/praktijkondersteuner en eventueel de diabetes verpleegkundige kunnen uw voeten testen op gevoel (sensibiliteit) en doorbloeding.
  • Zorg dat uw voeten goed opgemeten worden iedere keer als u nieuwe schoenen gaat kopen. Niet goed passende schoenen kunnen voor iemand met DM funest zijn. Koop schoenen later op de dag, de voeten zijn aan het eind van de dag “groter” dan in de ochtend. Let in het bijzonder op stiksels en naden ter hoogte van de tenen en eventueel aanwezige knobbels op de voeten. Schoenen moeten direct goed zitten en “inlopen” moet niet nodig zijn.